Kapitein tijdens kantooruren

Half acht. Precies op tijd stapt hij de deur uit, met zijn broodtrommel onder zijn arm geklemd. De koude wind blaast de laatste restjes nachtrust uit zijn gezicht. Hij haalt diep adem, sluit de deur en gaat op pad. Het waait harder dan gisteren, maar gelukkig is het droog, denkt hij. Het is vandaag donderdag, dus nog maar één dag en dan is het weekend. Die gedachte maakt hem al een stuk warmer van binnen.

Hij loopt de straat uit en gaat bij de kruising linksaf. In de verte kan hij de bedrijvigheid van de haven al zien. De boten, de kranen, de containers. In het zicht van de haven slaat hij nog een keer af en loopt een kleine kade op. Verderop ligt een steiger, die toegang biedt tot een aantal kleine bootjes. Hij opent het toegangshek en groet de havenmeester.

“Goedemorgen Kees!”

“Goedemorgen Peter!”

Hij loopt de steiger af en stopt bij een klein, verroest bootje met kajuit. “Rêverie” staat er op het voorplecht te lezen. Hij stapt aan boord en gaat de kajuit in. Hij zet zijn broodtrommel op tafel, zet de kleine straalkachel aan en hangt zijn jas op. Op het haakje naast de deur hangt een pet. Zijn pet. Met twee handen en in opperste concentratie zet hij het hoofddeksel op en neemt daarna plaats achter het roer. Op het digitale klokje bij het raam is het twee minuten voor acht. Nog even wachten dus. Om acht uur klinkt er een kort piepje, zijn startsein. Peter sluit zijn ogen en laat zich meevoeren door zijn gedachten.

Hij zet koers naar tropische eilanden en maakt kennis met ongerepte natuur op nog onontdekte eilanden. Wat is het hier prachtig. Zijn lippen krullen tot een glimlach. Maar niet voor lang. Want zijn dagdroom neemt hem daarna mee in een heftige storm. Een orkaan, zoals hij nog nooit eerder is tegengekomen. Hij stelt zijn bemanning gerust, zet alle zeilen bij, improviseert en bidt ondertussen voor de goede afloop. Hij is een ervaren zeeman, maar toch. Een gevecht tegen de natuur blijft lastig. Toch flikt hij het. Alweer.

De wekker gaat. Tijd voor de lunch. Hij opent zijn broodtrommel en eet zijn boterhammen voordat hij weer achterover leunt en zijn ogen sluit en zijn reis hervat. Hij ziet dat hij inmiddels in kalmer water terecht is gekomen, dus hij kan de schade gaan opnemen. En die is behoorlijk. Hij maakt een lijst van wat er moet gebeuren en zoekt de materialen bij elkaar. Hij wil aan de reparatie gaan beginnen maar zover komt het niet. Niet vandaag. Want het piepje van de wekker maakt hem wakker. Het is vijf uur. Zijn werkdag zit erop.

Hij zet zijn pet af, trekt zijn jas aan en pakt zijn broodtrommel. Tijd om naar huis te gaan. In het voorbijgaan zwaait hij nog even naar de havenmeester. Thuis staat zijn moeder in de deuropening op hem te wachten. “Hoe was je dag, lieverd?” vraagt ze, terwijl ze zijn jas aanneemt.

Hij kijkt haar stralend aan.

“Lekker gewerkt, mam”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: