Neef Henk – deel 3

5 feb

Tja. Beloofd is beloofd. Als ik twee blogs schrijf over neef Henk, de opvolger van Harry, dan moet ik ook even laten weten hoe het afgelopen is. Het heeft even geduurd voordat ik me ertoe kon zetten om dit laatste deel op papier te zetten, maar vooruit. Omdat jullie allemaal zo lief zijn geweest afgelopen tijd. En omdat het achteraf best komisch was. Althans, ik probeer vooral de humor van dingen in te zien, toch vaak het beste medicijn.

Dus hierbij deel 3. Ook wel ‘hoe neef Henk aan zijn einde kwam’. En wat een foto van een babyflamingo hiermee te maken heeft? Je komt er snel genoeg achter!

Henk is dus een niersteen die mij al een poosje lastigvalt. Inmiddels ben ik er vanaf. Hoe? Dat lees je verderop. Maar heb je nog niets meegekregen en ben je benieuwd wat hieraan vooraf ging? Lees dan eerst even deel 1 en deel 2.

Goed. Eén dag na de aankondiging dat de reguliere zorg werd ‘afgeschaald’ mocht ik gelukkig toch gewoon naar het ziekenhuis om Henk te laten vergruizen. Lucky me! Dus, de vooraf voorgeschreven pijnstillers ingenomen en aan de wandel richting het ziekenhuis. Dit werd mijn dag!

Ik werd vrij snel opgehaald uit de wachtkamer door een jongeman op sneakers en met airpods in. Ik vermoed dat alle jaren studie, kennis en ervaring zich schuilhielden in de plastic muilkorf, want alles buiten het mondkapje straalde ’17 jaar of jonger’ uit. Kan ook zijn dat ik gewoon echt oud aan het worden ben, maar dat is een te pijnlijke conclusie om te trekken dus ik leg de schuld graag ergens anders neer.

In en uit de put

Enfin, in de behandelkamer stond ‘de vergruizer’, zoals het dan zo mooi heet. Wat ik zag was een massagetafel met een hap eruit. A la grand canyon. En op die tafel mocht ik gaan liggen. Shirt iets omhoog, broek iets naar beneden. En met mijn heup nét iets boven de grand canyon. Waardoor je toch het idee hebt dat je elk moment in een put kan vallen (waar ik gevoelsmatig net aan het uitklimmen was, maar goed). Gelukkig werd er al snel een soort skippybalachtige waterballon in mijn rug geduwd, die enige ondersteuning bood. Met een echoapparaat ging de hij-is-echt-veel-te-jong-om-arts-te-zijn op zoek naar Henk. Eenmaal gevonden zette hij iets ‘klem’ op mijn lijf en kon het feest gaan beginnen. Let’s vergruis !

“Straks worden er, in steeds sneller tempo, elektrische schokjes afgegeven. Dat kan aanvoelen alsof er een elastiekje wordt geschoten en het klinkt als kleine tikjes. Het tempo en de intensiteit nemen gaandeweg toe”. Tot zover de theoretische toelichting. En het klonk inderdaad alsof er met elastiekjes werd geschoten. Van die grote, die de postbode vroeger aan zijn stuur had hangen zeg maar. Maar zo voelde het niet. Sterker nog, aan de buitenkant waren het te verwaarlozen tikjes. Echt pijnlijk werd het niet. Aan de buitenkant. Had ik al gezegd dat het aan de buitenkant best meeviel? Mooi. Komen we bij het punt dat er écht toe doet. De binnenkant. WANT DAT VIEL DUS NIET MEE! Maar daar kom ik zo nog op, want het eerste kwartier was nog best goed te doen. 

Wrede natuur

Maar na die eerste 15 minuten begonnen de weeën. De niersteenkolieken, maar dan heviger en heviger en heviger. Van “oké dit is niet tof” tot aan standje “HOU OP NOU MET ME”.  Of, zoals de witte jasjongen zei ‘dan zitten we in ieder geval op de goede plek!’

Wat niet hielp was de afleiding die men bedacht had voor tijdens het vergruizen. In de categorie ‘goede bedoelingen’ had ik namelijk een koptelefoon op gekregen een was er een Ipad boven mijn hoofd gehangen waarop een filmpje werd afgespeeld. En in de zoektocht naar ‘wat is een algemene film waar niemand aanstoot aan neemt, maar wel voor iedereen te begrijpen en te doen is?’ kwam men uit op een natuurdocu van sir David Attenborough. Hartstikke leuk. Dacht ik heel even. 

Want naarmate de pijn toenam, nam ook de wreedheid van de natuur toe. Lig ik daar, te verrekken van de pijn, te kijken en luisteren naar het lot van een babyflamingo. Er zijn dus kleintjes bij, die niet snel genoeg zijn, waardoor het zout rondom de poten kristalliseert en ze een soort ‘zoutklompen’ krijgen. Waardoor ze nog langzamer lopen en loskomen van de groep. En dus sterven in de branding. Echt hele fijne afleiding, die pijn in mijn hart bij het zien van deze beelden. En het bleef niet bij flamingo’s….

Pijnbankperikelen

Ik sloot mijn ogen maar even en luisterde alleen nog naar Attenboroughs aangename stem, waarbij ik probeerde de inhoud los te laten. Dat lukt aardig, want de pijn nam de overhand. Volgens de folder/mail/instructievideo (ja, je wordt goed voorbereid door dit ziekenhuis, chapeau!) mocht ik het aangeven als het echt niet meer ging, dan zou ik extra pijnstilling krijgen. Tot zover weer de theorie. De praktijk bleek wat weerbarstiger, ik kreeg een pauze van de jongenmetdeairpods. (die hij waarschijnlijk in had om mijn gesteun en gekreun niet te horen vermoed ik zo). Een pauze? Nou ga dan maar in één keer door, hoorde ik mezelf zeggen. Als pijnstilling geen optie is, dan maar even doorbijten.

Ik vond het oprecht een verschrikking. Al is het nog zo’n goede methode om van je stenen af te komen (en ben ik heel dankbaar dat ik terecht kon), ik vond de operatie in 2016 stukken fijner. Misschien ook omdat je daar -los van de narcose en katheter- niet zoveel van meekrijgt. Nu lig je gewoon ruim 45 minuten op de pijnbank (oh hahaha, daar komt dat woord natuurlijk vandaan!). Met als hoogtepunt de in elkaar stortende gletsjer op de iPad boven me. Daar kon ik dan wel weer smakelijk om lachen, hoe symbolisch wil je het hebben. Voelde ook echt even alsof ik naar Henk keek. 

Gruisgraaien

Lang verhaal nog langer, uiteindelijk was het klaar. Over en uit. Gewapend met maagbeschermers en pijnstillers voor de komende 2 weken mocht ik weer naar huis. Want ja…Henk is nu veranderd in tientallen Henkies, maar die moeten er nog wel uit natuurlijk. En of het nu steen of gruis is….het doet pijn! En dus heb ik nog zeker 3 weken lekker zitten zeven op het toilet, graaiend naar gruis. Mooi mijn  fijne motoriek kunnen oefenen ook (wel eens zandkorrels met een pincet uit een zeefje geprobeerd te plukken? Uitdagend wel, kan ik je vertellen). 

De pijn werd minder en minder en kwam ook steeds minder vaak. De eerste week januari was ik voor het eerst helemaal pijnvrij zelfs. Eind januari heb ik al mijn bij elkaar gezeefde Henkies naar het lab gebracht en mocht ik nog even op de foto voor controle (kijken of er geen familie was achtergebleven). Dat was op zichzelf ook best een surrealistische ervaring in deze tijd. Volledig ontbloot bovenlijf, broek op de knieën maar wel een mondkapje op. Candid camera is er niks bij…

Enfin, het goede nieuws kwam een dag later: ik ben schoon. Het slechte nieuws, het is een huis-tuin-en-keuken steen (duh, daarom heet hij ook Henk, anders had ik ‘m wel Robert-Jan genoemd) waar vrij weinig tegen te doen is. Ja veel water drinken, op mijn zout letten en chocolade laten staan. Dat laatste heb ik niet goed gehoord overigens. Rot op zeg. Over een jaar mag ik weer op de foto, hopelijk zonder mondkapje, om het even goed in de gaten te houden. Iets teveel familieleden over de vloer gehad afgelopen jaren. Daar ben ik dan wel dankbaar voor, dat ik in ieder geval nog even onder controle mag blijven. Want voor je het weet moet ik straks weer bloggen over Hans en daar heb ik he-le-maal geen zin in. 

Ik kijk nog liever naar een stervende babyflamingo. Sorry, not sorry.

Eén reactie naar “Neef Henk – deel 3”

  1. Helga 7 februari 2021 bij 10:41 #

    Fijn dat Henk weg is! Helaas heb ik nu ook dat baby flamingo’tje op mijn netvlies en in mijn hoofd zitten…. 😦

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: