Lang & Besmettelijk: Doornroosje

1 jun

Het leven is geen sprookje. Zeker niet in deze tijden. Waarin het nieuwe normaal bestaat uit 1,5 meter afstand houden, mondkapjes in het OV en collectief thuiswerken. Een nieuw normaal dat ik weiger ‘normaal’ te vinden. Tijdelijk anders dekt (hopelijk) de lading beter.

Maar goed, het ‘tijdelijk anders’ vraagt om aanpassingen. Thuis, op straat, in de winkels, op het werk. En in sprookjes. Want laten we eerlijk zijn, sommige sprookjes zijn behoorlijk achterhaald. Zeker nu. En dus ben ik zo vrij geweest een groot aantal sprookjes in een coronajasje te steken. Gewoon omdat het kan. En hé, ik zit ook maar thuis.

Oh enne….het zijn sprookjes hè. Dus niet gaan roepen ‘dat klopt helemaal niet!!’, want het is dus een sprookje. Als in een verzonnen verhaal. Met hier en daar een stukje actualiteit. Dus.

Vandaag deel 4 in de serie ‘Lang & Besmettelijk’ : Doornroosje. Het kortste sprookje tot nu toe. Maar daarmee niet minder belangrijk.

Er was eens vrouw die op een dag moest verhuizen naar een verpleegtehuis in het centrum van de stad.

Het moet 2016 geweest zijn ofzo. Roosmarijn weet het niet zo goed meer. Ze weet alleen nog dat ze die bewuste nacht in juni honger had gehad, uit bed was geklommen en naar de keuken was geglipt. Wentelteefjes, daar had ze zin in. Wentelteefjes met gebakken appel, zoals haar oma dat vroeger altijd voor haar maakte. Alles ging goed, totdat ze de appels ging snijden en zich aan het mes prikte. Het was een gemene pijn, dat weet ze nog. En ze weet nog hoe Jan, met de slaap nog in zijn ogen, de keuken in kwam rennen. Op haar gegil af. En dat hij iets mompelde over ‘nog maar net op tijd’ en ‘het ruikt hier naar gas’. Maar het blijft bij fragmenten, alsof er een doos vol puzzelstukjes in haar hoofd ligt opgeslagen die niet helemaal compleet is. Het was haar laatste nacht thuis.

Na wat logeeravonturen in verpleegtehuizen, zat ze nu hier in dit verzorgingstehuis. Vorige week mocht ze 90 kaarsjes uitblazen. Virtueel dan hè. Ach, wat maakte het uit. Ze had toch niemand om überhaupt taart mee te kunnen delen.

Veilige omgeving

Ze had geen klagen hoor, de mensen waren hier heel erg lief voor haar en ze kwam ook echt wel tot rust. De structuur, de regelmaat en haar lieve, lieve Jan die vrijwel elke dag bij haar langskwam om onvoorwaardelijk haar hand vast te houden, foto’s van vroeger te bekijken of haar gewoon even mee naar buiten nam om te gaan wandelen in de tuin. Haar leven had structuur gekregen, zonder de warmte en geborgenheid te verliezen en daar was ze dankbaar voor. Al begreep ze het allemaal nog steeds niet heel goed, het was goed zo. De muren van dit tehuis, haar kasteel zoals Jan weleens grappend zei, boden haar bescherming en een veilige omgeving. Ze was heir graag. Dat wil zeggen….tot dit voorjaar.

Ze had zich zo verheugd op de lente, op de wandelingen met Jan. Buiten in het zonnetje met de andere bewoners, genieten van een advocaatje met slagroom. Cliché ja, maar daarom niet minder lekker. Toen plots de deuren werden gesloten vanwege dat nare virus. Ze had er eerder nog niet over gehoord, ze volgde het nieuws eigenlijk niet meer zo sinds ze hier zat. Kon het haar ook niet raken. Dacht ze. Maar ja, dat was voordat er geen bezoek meer in mocht. “Zelfs Jan niet?”, had ze met tranen in haar ogen aan het personeel gevraagd. Zelfs Jan niet, zo bleek. En nu zat ze hier alweer 2 maanden binnen. Vanachter glas keek ze hoe de wereld buiten aan haar voorbij ging. Ze sliep. Met haar ogen open.

Eenzame dromen

En natuurlijk kwamen er af en toe mooie dromen voorbij hoor; de plaatselijke bloemist, die de bewoners in het zonnetje wilde zetten door honderden bloemstukjes af te leveren. Of weer anderen die puzzels kwamen langsbrengen. Supermooie initiatieven, maar ze wilde maar één ding: Jan. Dan kon ze hem vertellen over die mooie dromen. Maar ook over de nachtmerries soms. Zoals die uitbundige volkzanger die ongevraagd een veel te enthousiaste ballade kwamen brengen. Goede bedoelingen doen soms pijn aan het trommelvlies. En dan had ze het nog niet eens over het draaiorgel dat hier gisteren stond. Samen met Jan had ze misschien wel kunnen lachen om die kitscherige klankkast. Maar zo in haar eentje….het maakte haar bang.

Ze had Jan nodig. Haar rots, haar houvast, haar prins op het witte paard….al bijna 50 jaar lang. Ze wilde niet meer in slaapstand. Ze wilde wakker. Met hem. Ze wilde hem knuffelen, vasthouden, kussen. Niet meer zwaaien vanachter het raam. Ze voelde zich gevangen in het glas. En Jan….nou ja, die was ook de jongste niet meer. Ze maakte zich zorgen, het virus zou hem toch wel met rust?

En zo gingen de dagen voorbij. Dagen werden weken, weken werden maanden. Het voelde als 100 jaar slapen, tot plots Gerda, één van de verzorgers uit het tehuis, met een grote glimlach haar kamer binnenkwam. “Lieve mevrouw van der Wiel, heb ik toch goed nieuws voor u! Het bezoekverbod is opgeheven, vanaf volgende week mag uw man weer bij u langskomen”.

Dé kus

Sinds die dag telt Roos de dagen af. Vandaag is het zover, Jan mag weer langskomen. Natuurlijk heeft ze uitgebreide instructies gekregen over de anderhalve meter afstand, het handen wassen, het mondkapje wat haar man moet dragen….het interesseert haar allemaal niets. Want Jan komt vandaag weer! En bovendien, ze is toch geen klein kind meer? Wie doet haar wat.

Het moment dat Jan in de deuropening verscheen zal ze nooit meer vergeten. Dat hoopt ze althans, want haar geheugen is één van de dingen waar ze niet echt meer op kon vertrouwen. Maar wat voelde ze zich gelukkig, wat was ze blij om hem weer te zien. “Hallo mijn Roosje”, klonk zijn oude, vertrouwde en warme stem. Ze stiefelde op hem af en vloog hem om de hals. Geen protocol dat haar daarvan kon weerhouden.

En dus werden die middag regels met voeten betreden, anderhalve meters overschreden en gingen mondkapjes af. Met alle risico’s van dien sloot Jan zijn Roos in de armen en maakt hij met een liefdevolle zoen een eind aan haar 100 jaar slapen. Ze was weer wakker en hoe! Ze voelde weer dat ze leefde, ze was zó blij hem weer te zien. Vanaf nu, was alles weer -een soort van- normaal.

En ze leefden misschien niet heel lang meer. Maar wel gelukkig. En dat is ook wat waard.

 

Eerder verschenen in deze reeks:

Hans en Grietje
Repelsteeltje
Rapunzel

 

Bron foto: Eden, Janine and Jim (old woman in bed – Sculpture by Ron Mueck)

4 Reacties to “Lang & Besmettelijk: Doornroosje”

Trackbacks/Pingbacks

  1. Lang & Besmettelijk: Roodkapje | feetjeblogt - 3 juni 2020

    […] Doornroosje Hans en Grietje Repelsteeltje Rapunzel […]

  2. Lang & Besmettelijk: Sneeuwwitje | feetjeblogt - 10 juni 2020

    […] Doornroosje Hans en Grietje Repelsteeltje […]

  3. Lang & Besmettelijk: de nieuwe kleren van de keizer | feetjeblogt - 14 juni 2020

    […] Roodkapje Doornroosje Hans en Grietje Repelsteeltje […]

  4. Lang & Besmettelijk: het lelijke jonge eendje | feetjeblogt - 22 juni 2020

    […] nieuwe kleren van de keizer Sneeuwwitje Roodkapje Doornroosje Hans en Grietje Repelsteeltje […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: