Tot stilstand

26 nov

De trein was op tijd vanochtend. Zoals de trein wel vaker op tijd is, maar dat is eigenlijk nooit noemenswaardig. Omdat de keren dat er wel vertraging of uitval is zich nu eenmaal makkelijker laten onthouden. De keren dat het patroon dat ‘dienstregeling’ heet wordt doorbroken.

Maar niet vanochtend. Vanochtend reed de trein op tijd.

Het was eigenlijk ook helemaal niet zo gek druk voor een dinsdagochtend. Ik had zowaar een zitplaats weten te bemachtigen. Weliswaar op het balkon, maar hé ik zat.

Terwijl ik, net als 90% van mijn medereizigers, samensmelt met mijn smartphone rijden we met horten en stoten station Delft-Zuid binnen. Niets geks aan, treinturbulentie komt vaker voor wat dat betreft. De trein komt tot stilstand en de deuren gaan open. Mensen stappen in, mensen stappen uit. De deuren sluiten zich, ieder vindt zijn plek. Klaar om verder te reizen. Klaar tot de trein weer in beweging komt.

Beweging die uitblijft. Na een paar minuten met gesloten deuren kijkt hier en daar iemand op van zijn of haar telefoon of krant. Een wenkbrauw wordt gefronst, schouders opgehaald en sommigen turen door het raam het perron af. Het blijft stil. Akelig stil.

Zonder woorden

Het frustreert me. Hoe moeilijk is het om even te communiceren waarom we nog niet rijden? Indrukken die intercom en informatie verschaffen: rijdt er een langzame trein voor ons, is er een intercity gestrand, wat? Na nog een paar minuten die wel uren lijken, check ik op Twitter of hier misschien meer informatie te vinden is. Die is er. “Aanrijding met een persoon op dit traject”, zo lees ik. Er trekt een huivering door me heen. Naarmate we dichterbij de feestdagen komen, hangt de dood steeds nadrukkelijker in de lucht. Of is zichtbaarder, dat kan ook.

Ik sta op en verlaat de trein die langzaam leeg lijkt te druppelen. Langzaam, omdat nog niet overal is doorgedrongen dat op dit traject voorlopig niets meer rijdt. En net op het moment dat ik me afvraag waarom er nog altijd niets wordt gecommuniceerd, kijk ik in het asgrauwe gezicht van een man die aangeklampt wordt door een groepje reizigers. De machinist van onze trein vermoed ik. De lege blik in zijn ogen zegt veel, zo niet alles. Nog voordat ik besef wat er zojuist is gebeurd, zwelt in de verte een sirene aan. We verlaten het perron en maken plaats voor de hulpdiensten. Brandweer en politie zijn als eerste ter plaatse.

Surreëel 

Ik verlaat station Delft-Zuid en denk maar aan één ding: weg hier. Heel ver weg hier. Gevoel uit, verstand aan. Groepjes reizigers klampen zich aan elkaar vast en waaieren uit. Op zoek naar een andere mogelijkheid om op de plaats van bestemming te komen. Wat nog niet meevalt op deze locatie. Samen met twee andere vrouwen loop ik een willekeurige wijk in, op zoek naar een bushalte. Een traumaheli vliegt over, meer sirenes klinken. Gevoel uit, verstand aan…haast wanhopig op zoek naar een stukje houvast, een anker. Het weer op reis zijn. Terug in de regelmaat. Niet stil te hoeven staan. We vinden een bushalte en wisselen een blik van herkenning uit met de andere ‘voormalig treinreizigers’ bij de halte. Er worden reisadviezen uitgewisseld, onzichtbare armen om elkaar heen geslagen en pepermuntjes gedeeld. Het doet me wat. Het doet me goed.

In de bus schrijf ik het van me af met een paar tweetjes. Er wordt gevraagd of ik oké ben. Ik heb eigenlijk geen idee. Ik denk het wel. Al voelt het allemaal heel surrealistisch; alsof ik in een schilderij van Dalí ben beland en langzaam uit de lijst glijd. Probeer te ontsnappen aan het afwijkende tafereel. Gevoel uit, verstand aan. Via de wandeling, busreis, tram en tram, ben ik uiteindelijk een uur later op mijn bestemming. En vol overgave lever ik me over aan de waan van de dag. De overleggen voelen als een warme jas. Welkom regelmaat, niet stilstaan maar doorgaan.

Thuiskomen, zo vanzelfsprekend haast

Aan het eind van de werkdag loop ik mijn dagelijkse route naar het station. De dienstregeling is hervat, de trein staat als vanzelfsprekend klaar op het perron. Ik stap in de coupé, terug in de regelmaat van alle dag. We rijden het station uit, terug naar huis. Zo vanzelfsprekend. Toch? Vandaag voelt het niet zo, het voelt bijna als een soort privilege.

Het was geen springer vanochtend, lees ik op mijn telefoon. Het was een noodlottig ongeval op het station zelf. Mijn maag krimpt even ineen. Ik wil geen context, ik wil onwetendheid. Niet stil hoeven staan. Te laat…ergens komt een man niet thuis. Een zoon, een vader wellicht. Het gezicht van de man op het perron die ochtend sluipt ongemerkt mijn hoofd weer in. De lege ogen, de machteloosheid.

En al die tijd dendert de trein gewoon door. Net als het leven. Ik klamp me er na vandaag nog net iets steviger aan vast.

 

Bron foto: Philip Mallis

 

 

Eén reactie to “Tot stilstand”

  1. Harry 5 december 2019 bij 13:05 #

    De dood is om ons heen, maar we willen hem niet zien.. de dood is onwelkom en dan willen we hem weg stoppen in een kist. Onzichtbaar en niet in ons leven, maar in onze achter kop weten we dat ie elk moment kan toeslaan en dan .. komt het hard aan. Die dood is net zo normaal als leven. En feitelijk zouden we er meer mee moeten leren leven… want de dag dat ook wij eindigen.. komt korter bij… elke dag weer. En je kop in het zand steken is dus .. ook dodelijk. We denken het leven te kunnen maken.. lol en nog eens lol maken , pleziertjes vakanties kerstmis ja alles staat in ut teken van ons goed voelen. En dan .. het komt bij iedereen aan.. het einde. Wees ook daar op voorbereid , het is niet anders. Alleen Hans Anders ziet dat anders. haha

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: