Zij wees me de weg

9 dec

“Ze komen eraan, ze komen me halen! Ik zie ze al in de verte, ze komen. Ze komen écht!”

Ik hoor het mezelf nog zeggen, op de crèmekleurige bank met de bruine, fluweelachtige bloemen. Angstig staarde ik de tuin van mijn opa en oma in. Daar, in de verte, kwam een door mij zelf bij elkaar verzonnen leger dreigende mannen op paarden de donkere huiskamer tegemoet rijden. Ze kwamen mij ontvoeren, ik wist het zeker. Want ik was een prinses, al had ik dat nooit iemand verteld. Maar ze waren er achter gekomen en nu kwamen ze er aan. Wat moest ik doen?

Mijn oma begreep me. Stond naast me, in mijn verhaal. Niks geen ‘doe eens normaal’ of ‘waar heb jij het in vredesnaam over?’

Niets van dat alles. Ze ging met me mee, wees me de weg.

Bij mij ben je veilig

“Ze komen eraan! Echt, ze zijn bijna bij de achterdeur!’. Mijn oma haastte zich naar de bijkeuken en draaide de deur op slot. “Bij mij ben je veilig. Stil maar lieverd”. Met een keukentrapje als uitkijktoren posteerde zij zich voor het raam. Het binnenste van een keukenrol deed dienst als verrekijker waarmee ze de horizon aftuurde. Dat die feitelijk eindigde bij het tuinhekje, deerde niet. Zij keek, ik omschreef. Ik omschreef hoe de mannen werden aangevallen door de ridders die mij moesten beschermen. Tot in detail beschreef ik dat, wat er eigenlijk niet was. Toch bleef ze turen in de tuin, moedigde de ridders aan, haalde opgelucht adem toen de veldslag in ons voordeel werd beslecht en vierde met een roze koek mijn ‘nog lang en gelukkig’-momentje.

Tijdens mijn vele, vele bezoekjes aan mijn opa en oma schreef ik mijn eerste verhalen, zonder inkt. Eerst in mijn hoofd, later hardop. Mijn oma illustreerde. Door dat te zien in het alledaagse wat er eigenlijk niet was. Door de trollen in het doucheputje te lijf te gaan met dodelijk gif, dat in het uur daarvoor nog gewoon appeltjesshampoo was. Door te bevestigen dat ik inderdaad eigenlijk een prinses was en dat zij van de koning opdracht had gekregen om dit geheim te houden. We schreven een brief dat het goed met me ging en bezegelde die met nagellak. Ze speelde mee in plaats van vragen stellen en dat maakte dat ik hardop durfde te dromen, fantaseren en verhalen maken. En ik ben haar daar nog altijd meer dan dankbaar voor.

Zij kleurde mijn verhaal

“op wiens schouders sta je?”. Deze vraag kreeg ik onlangs tijdens een training en dwong me weer even achterom te kijken. Los van de basis waar ik op terug kan vallen (mijn gezin, mijn ouders, vrienden), moest ik ook aangeven welke mensen, die dichtbij me staan of stonden, mij hebben geïnspireerd in mijn leven. Natuurlijk was er -oh oh cliché- de leraar die me mijn zelfvertrouwen teruggaf (dank meneer Stans) of de wiskundedocent die mij leerde relativeren (nog bedankt voor het lachen meneer Van de Ligte). Of de kok van het restaurant waar ik ooit werkte en waar ik als jong meisje enorm tegenop keek. Hij heeft grotendeels mijn muzieksmaak in positieve zin beïnvloed (dank Herbert).

Maar niemand, echt helemaal niemand, heeft mij zo ontzettend veel gegeven als mijn oma. Zij geloofde in mijn verhalen, speelde erin mee en kleurde de details. Daar waar het zoveel makkelijker was geweest om te zeggen dat ik maar gewoon moest doen. Want dan doe je al gek genoeg, toch? Maar dat deed ze niet. Nooit. Geen enkele keer. En ik ben haar daar tot op de dag van vandaag nog altijd dankbaar voor.

Voor altijd mijn gids

Heel soms rij ik nog langs het huis van mijn opa en oma. Ik mis ze allebei nog iedere dag. Het is ook raar om het huis bewoond te zien door andere mensen. Maar hé, zo gaan die dingen.  De gordijnen die er nu hangen, ze horen er niet. Passen niet bij het verhaal. Maar het is dan ook al heel wat jaren mijn verhaal niet meer. Geen lang en gelukkig, maar voor altijd in mijn hart.

Ik fiets tegen de wind in, die striemend mijn ogen tot tranen dwingt. Of mij in ieder geval een plausibel excuus geeft voor mijn natte ogen. Ik trap nog wat harder, want ik heb een trein te halen. Ik fantaseer over hoe ik word achtervolgd.  “Ze komen eraan, ze komen me halen”, fluister ik tegen niemand in het bijzonder. Ik sluit heel even mijn ogen en zie haar weer voor me.

Bij haar ben ik veilig. Zij wijst me de weg.

 

Bron foto: Frederico Ettlin

 

Advertenties

4 Reacties to “Zij wees me de weg”

  1. Mies Huibers 10 december 2018 bij 00:03 #

    Prachtig dit. Om te koesteren en in ere te houden die geweldige oma van je.

  2. Ciska 10 december 2018 bij 07:03 #

    Wat een prachtig verhaal. En wat een geweldige oma had je!

  3. Angelique Lemmens 11 december 2018 bij 09:15 #

    Wat een mooi en bijzonder verhaal….en weer geweldig verwoord door jou. Je schrijft echt prachtig….met dank aan je oma 😉

  4. Anita Schoffelmeer 26 december 2018 bij 10:33 #

    Prachtig wat een geweldige oma. Bedankt voor dit bijzonder mooi en ontroerend verhaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: