In de ban van de steen: deel 4

15 Feb

13066053574_ba40d3557f_zIk weet het, ik weet het….jullie hebben er even op moeten wachten, op deel 4. In eerste instantie hield ik even de boot af omdat ik geen zuur/zielig/gefrustreerd blogje wilde schrijven. Maar toen bleek dat ik te lang had gewacht, want hé….het kan altijd erger met Harry, zo bleek maar weer. Maar goed, ik zal niet op de zaken vooruitlopen, jullie lezen het zo hieronder wel.

Voor wie nu geen idee heeft waar het over gaat….

Harry is mijn koosnaampje voor de niersteen die zich begin januari nogal aan mij is gaan hechten zullen we maar zeggen. Teruglezen? Eerder verschenen al deel 1, deel 2 en deel 3 van dit gebed zonder end….

Laat ik met het goede nieuws beginnen: er komt sowieso een deel vijf. Hopelijk is dat ook gelijk het laatste deel, de tijd zal het ons leren….

Op 18 januari is er door de uroloog een stent geplaatst (zie deel 3), wat direct heel veel pijn wegnam. Natuurlijk bracht het ook de nodige ongemakken met zich mee, maar dat stond in geen enkele verhouding met de hel die ik de week daarvoor had doorgemaakt. Kortom, ik was blij. Moe, maar blij. Zo blij, dat ik bedacht had dat ik wel weer aan het werk zou kunnen. Voorzichtig, halve dagen. En dus, onder luid protest van mijn man, toog ik donderdag 21 januari richting kantoor. Ik had de computer nog niet aangezet of ik had al door dat het best wel een heel slecht plan was. Niet alleen moet ik met die stent zorgen dat er ALTIJD een toilet binnen loop/renafstand is, ik voelde me gewoon ook niet goed. Te snel, te vroeg. Dus…computer uit en weer naar huis. Maandag maar opnieuw proberen.

ik heb een stand in….eh stent in

Om jullie even bij te praten over de ongemakken van zo’n stent (niet dat jullie erop zitten te wachten, maar ik doe het toch)…ondanks de medicatie heb je continu het idee dat je naar het toilet moet. Eenmaal op het toilet is er eigenlijk nooit sprake van opluchting, maar wel van een stilzwijgend brandalarm in de kelder (if you know what I mean). Tel daarbij op dat mijn urine iedere keer een andere schakering rood had tussen vermiljoen en karmijn (in ABN: tussen roestige kindercola en tomatensap) en je begrijpt dat ik toch wel een paar keer telefonisch contact heb gezocht met de poli urologie. Ik moest me ‘vooral niet druk maken’, het ‘hoorde er allemaal bij’ en ‘zolang als ik geen koorts had, was er niks aan de hand’. Oké….toch was ik niet echt gerustgesteld.

Maandag 25 januari diende zich aan en ik ging nu echt, echt weer halve dagen werken. Maar dan thuis, dat was nét even wat comfortabeler. En dat ging best goed. De ochtend werken en de middag (en avond, en nacht) bijslapen, want man oh man wat was ik moe. Ondertussen ontwikkelde er zich opnieuw een doffe pijn linksonder in mijn zij/rug, maar die was met paracetamol goed te doen, dus ik klaagde niet. Even slikken en weer doorgaan. Maandag 1 februari ging ik weer ‘echt’ aan het werk, hetzij voor halve dagen, fysiek op kantoor. Ook dat ging prima, al was ik na een halve dag weer helemaal verrot. Het feit dat het hele gezin (including me) meedeed aan de trend die griepvirus heette, hielp ook niet echt mee natuurlijk.

Gelukkig mocht ik alweer bijna terug op controle naar de uroloog. Ter voorbereiding daarop werd er dinsdag een nieuwe CT scan gemaakt. Appeltje, eitje, I knew the drill. Nu aftellen naar donderdagmiddag en hopen op een positieve uitslag. Maar woensdag werd de afspraak afgebeld helaas, donderdagmiddag was geen optie, het zou na het weekend worden. Daar had ik -op zijn zachtst gezegd- weinig trek in. Door griep én pijn én vermoeidheid was ik het behoorlijk zat, dus ik kon de assistente (die overigens zeer hulpvaardig was) overtuigen dat ik echt deze week naar de uroloog moest. Het kon donderdagochtend, alleen op een alternatieve locatie. Een gezondheidscentrum ergens in Maassluis. Ik vond het prima.

Donderdag 4 februari

Samen met de uroloog bekeek ik de CT scan. Harry was nog onmiskenbaar aanwezig. Op exact dezelfde plek waar hij toen ook zat. Het kreng. Heb ik weer, een vent zonder bindingsangst. Mijn nier was enigszins bijgetrokken, maar de arts wees me erop dat de stuwing nog niet helemaal weg was. De stent deed zijn werk, maar het was onvoldoende. Er was nog maar één optie en dat was de steen operatief verwijderen. Ik kreeg een stoomcursus ‘ureteroscopie’ (jee, nieuw scrabblewoord!) en een intakegesprek voor de opname. Mijn uroloog zou zelf komende tijd afwezig zijn en dus de operatie niet zelf uit kunnen voeren, maar haar collega die zou waarnemen ‘was heel goed in stenen’, zo verzekerde ze mij. Ja, dacht ik gelaten, dat is een bouwvakker ook, dus of dat nou zo’n geruststelling is…. Enfin, na het invullen van de nodige formulieren en het verplicht in het potje plassen, kon ik weer gaan.

Het opnamebureau zou contact met me opnemen. En dat deden ze, de volgende dag al. Met het heugelijke nieuws dat ik op 3 maart geopereerd zou worden. SAY WHAT????? Dat is over een fakking maand! En dan is het nog eens een schrikkeljaar ook, dus een extra dag erbij….ik kon wel janken. Waarom moet het toch allemaal zo lang duren?  Ik had er weer een nieuw scrabblewoord bij, te weten ‘wachtlijstbemiddeling’. Vastbesloten om maandag mijn verzekering hiermee aan het werk te zetten. Maar dat bleek niet nodig….

Zaterdag 5 februari

Als er iets is, dat de uroloog en al haar collega’s, assistentes en mijn huisarts me hadden ingeprent, dan was het wel de stelregel ‘bij koorts direct bellen!’ En natuurlijk kreeg ik koorts. Uitgerekend weer op zaterdagavond (hé, ik heb toch niets beters te doen..). En dus vertrok ik wéér richting het ziekenhuis, in mijn onwetendheid had ik de huisartsenpost gebeld (had dus spoedeisende hulp moeten zijn). Soms zit het enorm mee, want wie had er dienst die avond? Mijn eigen huisarts! Toch fijn dat je dan niet je hele verhaal hoeft af te draaien. Voor ik het wist had hij me doorgesluisd naar de SEH en lag ik achter een (foeilelijk) gordijntje terwijl er bloed werd geprikt, infuus werd aangelegd, hartfilmpje werd gemaakt en wat al niet meer (ik had het complete weekendarrangement, zo had ik het idee). Ik had mijn vader weer meegenomen als chaperonne, maar die kreeg een spontane buikgriepaanval (I kid you not), dus die taaide af. Mijn moeder wisselde hem af en samen zaten we te wachten op wat ging komen. (voor iedereen die nu denkt ‘waarom gaat haar man nooit met haar mee?’….dat mag niet van mij. Ik wil dat de kinderen in ieder geval één ouder aantreffen als ze uit hun bed komen. Als we allebei weg zijn, maakt ze dat alleen nog maar meer ongerust).

De dienstdoende arts kwam terug met de mededeling dat de ontstekingswaarden in mijn bloed rond de 81 lagen, daar waar het onder de 5 hoort te zijn. Doordat mijn nier niet goed doorliep (ondanks de stent), was de boel gaan ontsteken. Ze had overlegd met de dienstdoende uroloog en besloten dat ik niet ziek genoeg was om op te nemen en antibiotica via het infuus toe te dienen. En dus werd ik met antibiotica naar huis gestuurd. De uroloog zou maandag regelen dat ik eerder geopereerd zou gaan worden. Dat dan weer wel.

De dagen daarna….

De antibiotica in kwestie kwam in 32 tabletten. Tabletten in het formaat vaatwastablet. Vier per dag, hatsjikidee. Geheel conform de verwachtingen in de bijsluiter, werd ik er strontziek van. Braken, diarree, vieze smaak in de mond…geloof niet dat ik me in dit hele traject eerder zo ziek heb gevoeld. Tel daarbij op dat ik nog steeds hoestte als een zieke zeehond en ondertussen mijn tijdelijke brug ook los ging zitten en je begrijpt dat ik het toppunt van zelfmedelijden wel bereikt had. Dat was ook het moment waarop ik besloot even niet meer te bloggen, te twitteren, te facebooken of wat dan ook. Ik werd er namelijk niet echt heel veel leuker op. De nachten bracht ik door op de bank, omdat ik mezelf zo ontzettend in de weg zat. Ook niet heel erg bevorderlijk voor je nachtrust kan ik je vertellen. Ik had ook nergens geen zin meer in/fut meer voor. Zelfs WIDM terugkijken bleek een opgave (en dat wil in mijn geval heel wat zeggen). Zelden ook met zoveel tegenzin een blog geschreven, als de Ondergrondse post van 7 februari.

Gelukkig waren er ook zat lichtpuntjes, zoals onverwacht bezoek met een bloemetje, lieve kaartjes, een bos bloemen van mijn werk, appjes en berichtjes, een tsunami aan kleine cadeautjes die een vriendin door mijn brievenbus had gefrot, een kaart van de juffen en klasgenootjes van mijn dochter. Te lief allemaal. Doet een mens goed, echt waar. Sowieso vind ik medeleven altijd prettiger dan medelijden. Aan het laatste heb je namelijk zo weinig….

Maandagochtend werd ik gebeld door het opnamebureau voor een afspraak met de anesthesist ivm mijn operatie op 3 maart. Ik wees de dame in kwestie op de toezegging van de uroloog van dit weekend en ze beloofde even e.e.a. na te gaan vragen. Nog geen half uur later belde ze terug. Het zou dinsdag 16 februari worden. Nog een weekje. Dat zou te doen moeten zijn. Toch? Een uur later belde er ‘een’ uroloog. Geen idee wie het was, maar er was voor de volgende dag een patiënt uitgevallen en ik kon in het gat springen. Of ik dat zag zitten. JA NATUURLIJK! Hij ging voor mij even rondbellen om te kijken of ik die maandag nog naar de anesthesist kon. Nog geen 5 minuten later belde hij terug. Beschaamd, met excuses voor de dode mus. Er was toch geen patiënt uitgevallen. Het voelde eerlijk gezegd een beetje als Jiskefet…’oh nee, deze patiënt heeft toch nog een pols….’ Ik moest erom lachen. Met kiespijn, dat wel.

De Anna-sthesist

Met de operatie dus alsnog gepland op 16 februari, had ik vrijdag de 12e een afspraak met de anesthesist. Het leek wel speeddaten. Eerst een gesprek met de apothekersassistente die mijn Winkler Prince (voor de jongeren onder jullie: dat was vroeger Google, maar dan in boekvorm) aan medicatie met me doornam. Daarna naar de doktersassistente die de bloeddruk opnam en wat vragenlijsten doorakkerde. En daarna…naar de anesthesist zelf. Het was een struise, ik vermoed half Russische, vrouw, die verdwaasd naar haar computerscherm zat te staren. Om daarna weer naar mij te kijken. “Er staat hier 73-jarige patiënt, maar dat klopt volgens mij niet helemaal”, waren haar eerste woorden, met een zwaar Oostblokkerig accent. Het bleek een typefout in het verslag, waar we beiden wel om konden lachen. Alleen betekende het wel dat ALLES even gecheckt moest worden. Just in kees. Maar nee, ik was het echt. En ja, ik ben ‘pas’ 43.

Anna (ik noem haar even zo, da’s makkelijker), had moeite met mijn hoestje en het feit dat ik een tijdelijke (loszittende) brug had. Al met al leek het haar beter om te gaan voor een ruggenprik in plaats van voor volledige narcose. Ze zou het overleggen met de uroloog die mij zou opereren. Ik vond het prima, zolang ik maar de garantie heb dat ik van die hele operatie niets voel.

The day before….

En nu is het dan bijna zover. Morgen wordt Harry eindelijk uit-huis-gezet. En ik ben als een klein kind, stiknerveus. Ik moet sowieso één nacht in het ziekenhuis blijven, maar wat neem je dan in vredesnaam allemaal mee? Ik dacht ook nog even netjes mijn gazonnetje aan te harken, wel zo fijn voor de arts leek mij, maar in de opnamebrief staat dat er nergens rondom het te opereren gebied ook maar iets aan onderhoudswerkzaamheden mag worden gedaan ivm infectiegevaar. Oké, dan niet.

Nog nerveuzer dan ik zijn mijn kinderen en mijn man. De meiden vinden het maar niks dat mams uit logeren gaat en paps….tja, die staat er straks gewoon even alleen voor. Leermomentje, zullen we maar zeggen. Ik ga verder met mijn tas inpakken en hoop jullie snel, heel snel verslag te kunnen doen van het laatste deel (zal toch wel??) van dit feuilleton.

Zij die onder het mes gaan, groeten u!

 

Bron foto: Sonny Abesamis

Advertenties

7 Reacties to “In de ban van de steen: deel 4”

  1. www.dickblogt.nl 15 februari 2016 bij 10:33 #

    neem een jampotje mee voor Harry (Potter). Succes!

  2. Lorsheijd, JAJ 15 februari 2016 bij 10:45 #

    Hoi Yvette
    Ondanks alle triestheid over ( Harry); sorry Yvette, moet ik wel om je stukje lachen 😆 maar niet gemeen hoor.
    Ik wens je heel veel sterkte en beterschap.ik vind je erg moedig.
    Hartelijke groet Josefien

    Verzonden met mijn Windows Phone
    ________________________________

  3. hetklopt 15 februari 2016 bij 12:30 #

    Ik gun niemand pijn, maar je beschrijving getuigt van een prachtig schrijftalent en incasseringsvermogen.

  4. Caroline Brouwer 15 februari 2016 bij 14:37 #

    Ik hoop dat je nu eindelijk verlost wordt van Harry. Sterkte en veel succes!

  5. Ineke 15 februari 2016 bij 17:40 #

    Veel sterkte en doe de groeten aan Harry! Heb genoten van je verslag! Wat heb jij een humor zeg!

  6. Anja 15 februari 2016 bij 22:02 #

    Heb alles, elke keer, met over elkaar geslagen benen en tintelende tenen gelezen. Hoop zo dat ik nooit nierstenen mag krijgen! Heel veel succes morgen.

Trackbacks/Pingbacks

  1. In de ban van de steen: deel 5 | feetjeblogt - 23 februari 2016

    […] Voor wie zich afvraagt waar dit in vredesnaam over gaat……..lees hier de voorgeschiedenis in deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4. […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: