Wat een armoe

3 Mei

14611632061_0a0ff4fe75_oWe mochten een groep van tien kinderen begeleiden tijdens afgelopen sportdag, een hulpvader en ik. Een groep waarvan er vier niet hadden ontbeten. De reden? Ik weet het niet. Ik weet wel dat mijn medecoach zonder na te denken vier tosti’s ging regelen. De schat. En de tevreden en dankbare snoetjes ook. Heerlijk.

Waarschijnlijk kwam het door de hectiek van zo’n laatste schooldag. (Ik zie stressende moeders voor me, die op tijd hun kinderen moesten afleveren op een ander tijdstip en een andere locatie. Ik weet als geen ander wat een afwijking op je dagelijks structuur met je planning kan doen). Of misschien vonden de kinderen het wel heel spannend (het was hun allereerste échte sportdag) en kregen ze ’s ochtends geen hap door hun keel. Kan een keer gebeuren.

Maar wat nou als zoiets structureel gebeurt?

Vandaag hoorde ik namelijk dat er in Nederland toch wel heel veel kinderen naar school komen zonder te hebben ontbeten. Soms door armoede, maar soms zijn het ook kinderen uit welgestelde gezinnen van wie de ouders (laat ik het vriendelijk zeggen) niet zo begaan zijn met hun kroost. Of kinderen van ouders die met psychische of andere problemen kampen.

En het stopt niet bij het uitblijven van het ontbijt. De feiten die vandaag werden gepresenteerd gingen over kinderen die enorme afstanden moeten lopen om op school te kunnen komen. Families die in auto’s leven. Kinderen die in kapotte kleding, ongewassen op school verschijnen. Verwaarloosd worden dus.

Topje van de ijsberg
Het is misschien niet een heel representatief onderzoek, gelet op het aantal scholen dat is geconsulteerd. Aan de andere kant….misschien is het wel het topje van de ijsberg. Ik kijk namelijk niet op van de armoedeverhalen, al veel eerder werden hier schrijnende cijfers over gepresenteerd (lees mijn blog ‘trots, maar met een lege maag’).

Waar ik wel van opkijk is de verhalen die vanuit de scholen komen. Scholen die kinderen eten en drinken toestoppen, soms zelfs onderdak verlenen, leerkrachten die leerlingen in huis nemen. Ik vind het nobel, begrijp ook wel dat je als leerkracht niet werkeloos toe wilt en kunt kijken. Maar toch hoort die taak niet bij een school te liggen. Vind ik.

Natuurlijk is school dé plek om dit soort zaken te signaleren, maar hoort er daarna niet een groter vangnet te zijn? Er wordt nu vooral gewezen naar de scholen. Zij zouden geen of te weinig meldingen doen richting het meldpunt AMK (veilig thuis). Maar zegt dat iets over de scholen? Of zegt dit misschien meer iets over de drempel naar dit meldpunt? Of wellicht de ervaringen met het AMK? Een leerkracht bevestigde dit laatste namelijk in een televisie interview.

Hoe zwaar mag je leunen op een onderwijsinstelling?
Ik geloof namelijk nooit dat scholen uit zichzelf, naast alle regelgeving, zorgtaken en -plichten die ze erbij hebben gekregen in de loop der jaren, ook een rol als opvang ambiëren. Ze doen het omdat het niet anders kan. Omdat ze het hart op de goede plek hebben zitten. Maar vooral omdat onze participatiemaatschappij steeds meer een ‘zoek-het-lekker-zelf-maar-uit-maatschappij’ aan het verworden is. Zonder vangnetten, zelfs niet voor kinderen.

Op school moeten ze kind kunnen zijn. Moeten ze spelen, leren, opgroeien. En dat opgroeien doe je als kind met vallen en opstaan. Maar wat als je valt en niemand raapt je op? Wat als er op zo’n jonge leeftijd al geen vangnet meer is?

Tijd voor een structurele oplossing!
Hulde aan de scholen, die elke keer weer de hand uitsteken en een kind helpen. Hulde aan de creativiteit van sommige basisscholen, die van de nood een deugd maken , hulde aan organisaties als de voedselbank en stichting Net Niet Genoeg, een lokaal initiatief hier in Schiedam. Hulde aan hen en al die andere mensen in Nederland die zich inzetten voor de mensen die het nodig hebben. Mooi om te zien hoe ‘we’ elkaar kunnen helpen als het er op aan komt.

Maar de rek is er nu wel een beetje uit, uit die hele participatiemaatschappij. Als je ziet dat de weegschaal doorslaat naar de verkeerde kant. Als dit soort hulp niet meer voor ‘de marge’ is maar voor een substantieel gedeelte van de bevolking. Als je ziet dat armoede onder de eigen bevolking zienderogen toeneemt…

dan is het tijd om als politiek Den Haag niet alleen maar aandacht te vragen voor dit soort problemen. Geen loze woorden meer. Het is tijd om met oplossingen te komen.

Put your money where your mouth is.

Nu.

Foto: Faruk Ates

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: