De macht van mama…

2 Jun

geen

 

Het mag na mijn blog over Disneyland Parijs geen geheim meer zijn dat ik een pretparkminnend typje ben. Zo hebben wij -zogenaamd voor de kinderen- een abonnement op Blijdorp én de Koningin Julianatoren, pik ik elke kermis mee die in de buurt is en dring ik mij als klassenouder op om mee te mogen als begeleiding (yeah right!) tijdens het schoolreisje. En ook de uitstapjes van onze personeelsvereniging zijn aardig te sturen als je in het bestuur zit….heerlijk zo’n machtspositie!

Over machtsmisbruik gesproken
Laat ik het maar gewoon eerlijk zeggen, om mijn honger naar attracties te stillen zet ik ook steeds vaker mijn kinderen in. Dus als mijn favoriete park in Kaatsheuvel een nieuwe waterattractie/show heeft, zal ik niet nalaten om dat meerdere malen mede te delen in huiselijke kring. En omdat mijn oudste dochter heel gevoelig is voor dit soort terloopse opmerkingen duurt het niet lang voordat zij begint te zeuren.

“Ma-a-m, ik wil heel graag dat Aquanura zien, wanneer gaan we weer eens naar de Efteling?” “Nou vooruit, ik ben ook wel nieuwsgierig, we gaan volgend weekend wel even samen”. Waarmee mijn plannetje is geslaagd én ik voor de vierde keer op rij herkozen wordt voor de positie van allertofste moeder ever. Gemeen? Wellicht. Doeltreffend? Zeker weten. Want wat lukt met Aquanura, lukte me ook met de WinterEfteling, het nieuwe sprookje “De kleren van de Keizer” en de première van de parkshow Raveleijn. (Dit laatste kostte iets meer investering doordat ik mijn oudste dochter eerst de hele tv-serie heb laten kijken). Voor ik het wist, zat ik pardoes weer in de Efteling!

Manipuleren kun je leren
Maar ook mijn jongsten zijn prima inzetbaar als het zo uitkomt. Zo waren wij vorig jaar op bezoek in bij Langnek en consorten, waarbij we een andere, aangepaste route door het Sprookjesbos liepen. Met als gevolg: we hadden Roodkapje niet gezien. Mijn verklaring richting ontroostbare tweeling was even geniaal als doeltreffend: het arme schaap was met vakantie. Iedere dag maar weer die boze wolf bij oma in bed, dat gaat je niet in de koude kleren (lees: kapje) zitten en dus was ze een weekje naar de zon vertrokken. Maar geen nood: we zouden gewoon nog een keer terugkomen als ze weer thuis was.

Dat hoef je kinderen maar één keer te vertellen. Vijfjarigen hebben een olifantengeheugen. Week na week werd gezeurd wanneer we weer eens bij Roodkapje langs zouden gaan. Ze zou nu toch wel terug zijn van vakantie? En tja, waar manlief mijn pretparkverzoeken makkelijk kan weerstaan is het toch ook voor hem verdomd lastig om de smeekbedes van twee kleuters met puppyogen af te wimpelen.

Daar gaan we weer!
En dus liepen we 2 maanden later gewoon weer vrolijk huppelend door het Sprookjesbos. Het was zo’n dag waarop alles meezat, zelfs het weer. Vanaf 13.00 uur begon het namelijk ontzettend hard te regenen. En dan heb ik het over een zondvloed hè mensen! Daar was werkelijk geen lelijke poncho of plu meer tegen bestand. Eén blik op de inktzwarte lucht maakte ons snel duidelijk dat onze droomvlucht voor die dag ten einde was.

Maar ja, leg dat de kinderen maar uit. Je bent er nog maar net en dan moet je alweer naar huis. “Dat is toch niet ééééérlijk?”, huilden ze luidkeels in de auto. En omdat een rit van ruim 3 kwartier naar huis best lang duurt als mijn meiden alle registers opentrekken, ging papa al gauw overstag. Met een  “we gaan snel nog wel een keertje terug”  wist hij de decibellen enigszins terug te brengen. En ik? Ik lachte in mijn vuistje.

Wat worden ze groot….
Die gelegenheid diende zich eerder aan dan verwacht doordat er een aanbieding kwam via het werk van de liefhebbende vader. En zo kwam het dat we afgelopen zaterdag wederom rondstruinden tussen de Indische waterlelies en het volk van Laaf. Het was een heerlijke dag. Zo’n dag die vroeg om stoere acties van kleine meisjes. Mijn oudste dochter vond het tijd worden om haar angsten te overwinnen en ging met knikkende knieën in de Python en Joris en de Draak. Euforisch om wat ze had gedurfd en om hoe ‘vet-gaaf-kickûh’ de attracties wel niet waren.

Haar enthousiasme sloeg over op haar twee kleine zusjes, die helaas nog 5 centimeter te kort kwamen om ook in deze thrillrides te mogen. Dacht ik. Totdat die vriendelijke meneer van de Efteling met zijn meetlat constateerde dat ze nét, nét, nét groot genoeg waren. Met een blauw polsbandje als bewijs gingen de dames mee de Vliegende Hollander in. Helaas was dat de enige attractie waar we nog tijd voor hadden voordat de bus vertrok.

Kom op nou papa!
En tja, hoe leg je die twee arme donders uit dat ze wél een vrijbrief om hun ranke polsjes hebben voor alle achtbanen, maar dat ze nergens meer in kunnen? Hoe gemeen is dat? En hoe leg je dat dan uit papa, vertel het me hoe doe je dat? Dit kun je gewoon niet maken. Toch?

Ik heb zo maar het idee dat we binnenkort weer eens richting Brabant gaan….

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: